Na ongeveer een week in Sicilië kan ik bijna alle stereotypes over Italianen bevestigen. Vooral de mannen, die dragen strakke broeken en doen hun haar nog veel strakker naar achteren met een rijke hoeveelheid aan gel. Er zijn ook positieve stereotypes bevestigd; Italianen houden van lekker en veel en lang en laat eten. En soms ook gekke dingen—broodje ijs, paardensteak en wie had verwacht een nasibal te vinden op Sicilië? Om half negen een restaurant binnenlopen en net voor twaalf uur weggaan is trouwens eerder regel dan uitzondering. Stereotypes over Sicilianen worden echter niet echt bevestigd, ik heb nog geen enkele mafiose praktijken gezien. En om eerlijk te zijn, had ik krottenwijken, vervuiling en criminaliteit verwacht, maar dat kon niet verder van de waarheid zijn.
Toen we aankwamen op het vliegveld van Trapani begon het gelijk al goed, de hitte sloeg je gelijk in je gezicht en je leert schaduw en airconditioning opnieuw te waarderen. Na een zeer interessante taxirit met een chauffeur die geen Engels kon, maar met wie we toch een heel gesprek hadden door middel van namen van voetballers, werden we afgezet in Balestrate, op het adres waar volgens hostelworld het hostel zou moeten zijn. Mooi niet dus, en niemand had er ooit van gehoord. Uiteindelijk hebben we het toch gevonden, met de hulp van de eigenaar, meneer Mazzola. Het was eigenlijk veel mooier dan ik verwacht had, net als de rest van het stadje. Het ligt aan een strand, dus daar hebben we goed gebruik van gemaakt. Het was ook een goede uitvalsbasis voor tripjes naar bijvoorbeeld Palermo, maar ik vergeet dan natuurlijk mijn camera.
Enige nadeel van het huisje was dat de wc niet gebouwd was om 11 mensen aan te kunnen. Of drie, eigenlijk, want dat was ongeveer hoeveel mensen er nodig waren om hem te verstoppen. En dan moest meneer Mazzola, de Duits—sprekende Siciliaan—het weer eens komen maken, hetgeen ertoe leidde dat een grote boodschap nu een Mazzola heet. En het voordeel van Nederlandstalig zijn is dat je dat luidkeels kan bespreken op straat. Als je dat zou willen, natuurlijk.
Nu zijn we trouwens in Catania, wat nog een hele klus was. Nou ja, voor mij dan, omdat ik mijn tas moest dragen. Had ik misschien toch die waarvan de wieltjes wel werkten moeten pakken. Zo’n tas is in de hete zon toch wel drie keer zo zwaar en dat is wetenschappelijk bewezen. Het openbaar vervoer hier is, eufemistisch gezegd, relaxed. Gelukkig zijn er wel busbedrijven die je van de ene naar de andere kant van het eiland kunnen brengen. Nadat we werden afgezet op het station, moesten we wel een heel stuk stad door, steeds door een slechtere buurt, tot we bij ons hostel kwamen. Dat ligt, eveneens eufemistisch gezegd, in een volksbuurt. Ik liep namelijk over straat met m’n pet in de hand en achter me kwamen twee jongens op een scooter die hem zo uit m’n hand pakten. Ik dacht mooi, één uur in Catania en m’n pet is al gestolen, maar om de één of andere reden keerden ze om en brachten ze hem terug. In ieder geval ga ik wel letten op m’n spullen hier. Het hostel zelf is van binnen trouwens echt mooi, we hebben een hele verdieping met keuken, badkamer, internet en, nog belangrijker, werkende airconditioning in iedere kamer!
Catania, wat ongeveer zo groot is als Den Haag, is trouwens een wereld van verschil met Balestrate. Het heeft een universiteit, dus een supergezellig uitgaansleven. In Balestrate bestond dat uit de hoofdstraat op en neer paraderen met je (stereotype macho) vriendje of (stereotype Italiaanse) vriendin. Het leek er niet op alsof ze ooit ergens naar binnen gingen. Toch waren er een hele hoop mensen op straat, zeker voor zo’n klein dorpje. Maar Catania heeft ook mensen van onze leeftijd! Niet dat die Engels spreken, maar toch is het leuk. We vallen alleen een beetje uit de toon door witheid en gebrek aan gel.
Maar goed, ik wil niet teveel tijd achter de computer zitten, dus ik laat anderen ook eens hun email kijken. Check flickr voor foto’s!
Robin










