Aangezien er al veel te lang niks meer gepost is, mijn artikel over groen in de stad [opschepmodus]waar ik een 8 voor heb gekregen[/opschepmodus].
Even een frisse neus halen in de pauze, de hond uitlaten, een balletje trappen met vrienden of op het gras liggen om uit te rusten. Openbaar groen is een belangrijk deel in ons bestaan.Het geeft een plek om te recreëren, samen te komen, tot rust te komen, het zorgt ervoor dat we schone lucht inademen en het voorziet ons van de mooiste flora en fauna. Groen staat op veel plekken sinds jaar en dag hoog op de agenda. Toch is dit vaak niet meer dan een schijnwerkelijkheid. Groen moet op veel plekken plaats maken voor bouwwerken en infrastructuur en veel plekken die een oase van groen hadden moeten worden liggen er verwaarloosd bij. Een mooie openbare ruimte blijft voor veel mensen onbereikbaar.
Sinds het begin van de industriële revolutie was het urbanisatie dat in veel gebieden de klok sloeg. Meer en meer fabrieken en meer en meer mensen die op een klein stukje grond gehuisvest moesten worden maakten van de stad een zwaar vervuilde grauwe plaats waar nauwelijks nog plek was voor groen. Een misère om te wonen. Al in die tijd waren er mensen die hier iets aan wilden doen. Mensen die een stukje groen voor iedereen wilden realiseren. Bijvoorbeeld de Britse stedenbouwkundige Ebenezer Howard, die eind 19e eeuw met het concept van de Tuinstad kwam. Howard wou de arbeider een plek geven waar deze een goed leven had, in een betaalbare woning en met een gezonde omgeving. Dit moesten op zichzelf werkende steden worden met een goede balans tussen wonen, werken en landbouw. De steden moesten omringd worden door een groen lint en in de woonwijken zou groen de overhand hebben. Onder andere door een gebrek aan financiële draagkracht is het concept echter nooit van de grond gekomen en heeft het niet veel meer opgebracht dan een aantal tuindorpjes aan de rand van de stad.
In de twintigste eeuw heeft de trek van het platteland naar de stad zich alleen maar uitgebreid. Er ontstonden meer steden. De toenemende mensenmassa zorgde ervoor dat de bebouwingsdichtheid flink toenam, wat vaak ten koste ging van de openbare ruimte. Onder andere de lucht in gaan met de woningen moest zorgen voor plaats voor groen en een aangenaam leven in de stad. Zo is er bijvoorbeeld het gedachtegoed van de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier. Hij had het plan om wonen, werken en infrastructuur zoveel mogelijk te scheiden. Mensen zouden wonen in imposante hoogbouw waar ze alles bij de hand zouden hebben en zouden leven in een enorm park. Dit heeft onder meer geleid tot de bouw van wijken als de welbekende Bijlmermeer. Het moge duidelijk zijn dat dit nooit een succes is geworden. De woningen werden in het begin nauwelijks verkocht en werden uiteindelijk vooral bewoond door lagere sociale klassen. Wat ooit een prachtige parkachtige omgeving had moeten worden is nu een verwaarloosd stuk land. Het groen dat nog aanwezig is heeft nauwelijks waarde voor de bewoners.
Al is er al veel gedaan om de mensen weer genoeg groen in en om de stad te geven, is dit nog lang niet overal gelukt. Zelfs in nieuwbouwwijken wordt nog vaak de fout gemaakt om te bezuinigen op groen. In het geval van Nederland is het bij het bouwen van VINEX wijken (VIerde Nota ruimtelijke ordening Extra) nog vaak misgelopen. Het sluitend maken van de begroting wordt als excuus gebruikt bij het maken van plannen waar weinig groen in voorkomt. Er moeten zoveel mogelijk panden en kavels worden verkocht en dit gaat ten koste van het openbare groen. Ook het falende OV beleid in deze wijken heeft hieraan bijgedragen. Meer mensen hebben gekozen (of hebben moeten kiezen) voor de auto, waardoor veel groen heeft moeten wijken voor extra parkeerplaatsen. De 75 vierkante meter openbaar groen per woning, binnen een straal van 500 meter, die in de Nota Ruimte als minimum wordt gesteld, wordt hierdoor vaak niet gehaald. Als we bijvoorbeeld kijken naar Arnhem, Eindhoven en Amersfoort is met respectievelijk 53, 20 en 23 vierkante meter groen per woning, binnen een straal van 500 meter, lang niet genoeg groen aanwezig in de nieuwe wijken. Opvallend is hierbij overigens dat er over de gehele stad gezien respectievelijk 116, 92 en 101 vierkante meter openbaar groen per woning is.
Het is vooral het kleinschalige groen dat niet meer genoeg aanwezig is. Het wordt opgeofferd voor nieuwbouw of infrastructuur, is slecht onderhouden of is zo slecht bereikbaar dat weinig mensen er iets aan hebben. Veel mensen zien het belang van groen niet in. Dit terwijl openbaar groen in de buurt van groot belang is voor mens, dier en natuur. Het is zelfs zo dat meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat de gezondheid van de bewoners van een wijk samenhangt met de aanwezigheid van groen. Met name stress is hierbij een aandachtspunt. Hoe meer groen er bereikbaar is in de wijk, hoe beter de bewoners tot rust kunnen komen en hoe minder last ze hebben van stress.
De bereikbaarheid van het groen is belangrijk. Kleinschalig groen wordt nauwelijks bezocht als het niet binnen een paar minuten te bereiken is. De invloed van afstand is ook duidelijk te zien in de resultaten van de samenhang van gezondheid met groen en tevens de waarde van het onroerend goed. In het geval van de gezondheid is gemeten dat mensen meer stressgevallen per jaar hebben naarmate het groen verder weg ligt. In het geval van waarde is het zo dat onroerend goed in de buurt van openbaar groen veel meer waard is. Een grotere afstand tot het groen laat een snelle daling in de waarde zien. Het is dan ook opmerkelijk dat er bespaard wordt op groen in de omgeving. Al mag de grondprijs hoog zijn, het aanleggen van groen hoeft helemaal niet duur te zijn en er zijn genoeg bedrijven en particulieren die veel geld over hebben voor een groene omgeving.
Niet alleen de bereikbaarheid van het kleinschalige groen is van belang. Ook grotere natuurgebieden moeten voor iedereen bereikbaar zijn. Een groot deel van het autoverkeer dat dagelijks op de weg te vinden is, heeft een recreatieve bestemming. Wanneer het groen in en om de stad onvoldoende sport- en recreatiemogelijkheden biedt of slecht bereikbaar is zullen de stadsbewoners vaker naar het platteland, de kust en natuurgebieden reizen. Uit onderzoek blijkt dat mensen niet gaan wandelen of fietsen maar de auto nemen als de afstand tussen de woning en de groengebieden
groter is dan vijf kilometer. Zonder verandering zal het aandeel in recreatief vervoer met de auto volgens onderzoek van het CBS blijven groeien. Het aantal ingangen, de locatie daarvan en de verbindingen tussen diverse groene plekken spelen een rol. Barrières zoals spoorlijnen en snelwegen beperken vaak de bereikbaarheid van het groen.
Voor de meeste mobiele vormen van recreatie zoals wandelen, fietsen en trimmen is afwisseling heel belangrijk. Gevarieerde beplanting en kleine details maken het groen aantrekkelijk. Ook is het belangrijk dat recreanten kunnen kiezen uit verschillende routes. Een netwerk van kleinere en grotere
‘ommetjes’ is essentieel. Vooral voor fietsers maar ook voor wandelaars is het van belang dat zij via groene routes op een aantrekkelijke manier het buitengebied kunnen bereiken, via ‘groene spaken’ of ‘groene vingers’. Door deze groene verbindingen krijgt de flora en fauna in de gebieden bovendien meer leefruimte. Het krijgt een betere kans om te overleven en zich te verspreiden, de biodiversiteit wordt zo in stand gehouden en kan zelfs vergroot worden.
Ook de functie van het groen is een aspect dat goed bekeken moet worden bij het plannen van nieuw groen. De grotere natuurgebieden buiten/aan de rand van de stad zijn bijvoorbeeld een stuk geschikter om flora en fauna in stand te houden en ook uit te breiden. De relatief kleinere gebieden dienen in de eerste plaats de mens. Niet alleen recreatie, ook klimaatbeheersing, waterhuishouding, filtering van de lucht en de uitstraling van de stad zijn van belang. Voordat nieuw groen aangelegd wordt moet er gekeken worden naar de behoeftes van de omwonenden en de omgeving.
Creatief en innovatief denken zijn twee manieren om te komen tot een echte groene stad. Al denken veel mensen dat er – zeker in de grote steden – geen plek meer is voor groen, is het tegenovergestelde vaak waar. Er zijn zat plekken die omgetoverd kunnen worden tot park of in ieder geval bekleed kunnen worden met groen, om zo te zorgen voor een beter milieu en een betere uitstraling van de stad.
Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in New York. Als je New York een keer bezocht hebt zal je vooral denken aan een enorme bouwmassa, drukte en het gigantische Central Park als het enige groene gebied in het centurm. Toch is ook tussen al die hoogbouw nog heel wat groen te vinden, in de vorm van ‘pocket parks’. Pocketparks of postzegelparken zijn kleine parkjes die bijvoorbeeld kunnen ontstaan door het laten terugspringen van een gebouw tussen twee andere gebouwen. De ontstane ruimte is vaak niet groter dan 100 m2 maar heeft een zee aan mogelijkheden voor een
groene, speelse en/of kunstzinnige invulling. Eén of enkele beeldbepalende bomen,
planten, een fontein, speeltoestellen, bankjes zijn veelgebruikte elementen voor de parkjes.
Ook verouderde infrastructuur biedt een prachtig podium voor een groene invulling.
Zo is er in Parijs de Promenade Plantee. Een oude spoorlijn die vanuit het oosten richting het
centrum van Parijs loopt. De bogen onder deze hoog gelegen spoorlijn worden gebruikt voor
winkeltjes en werkplaatsen. Waar ooit de spoorlijn liep is een wandelpad aangelegd,
omgeven door groen. Het hele wandelpad is ongeveer 2 kilometer lang en op verschillende plaatsen te bereiken.
Waar een oude spoorlijn omgetoverd kan worden in een prachtig park, kan het zelfde gedaan worden met de omgeving van werkende spoorlijnen en snelwegen. Bouwen in de directe omgeving hiervan is niet geoorloofd, waardoor het een perfecte omgeving vormt om groen aan te leggen. Doordat dergelijk groen erg lang en smal is, kan het dienst doen als verbinding tussen verschillende natuurgebieden/parken. Zo krijgt de lokale flora en fauna ruim baan. Door gebruik te maken van een geluidswal hebben omwonenden geen last van het voorbijrazende verkeer. Door ook de geluidswal zelf te voorzien van veel groen, kan er een deel van de schadelijke stoffen van de uitlaatgassen opgevangen worden. Het veel gehoorde probleem van automobilisten dat ze alleen maar beton zien als ze over de snelweg rijden wordt hier ook deels mee opgelost.
Ook in de stad kan infrastructuur prima samenwerken met groen. Parkeerplekken nemen bijvoorbeeld veel plaats in. Met name in de centra van steden zorgt dit voor veel overlast. In het Zuid-Limburgse Sittard hebben ze om dit tegen te gaan een gigantische parkeergarage gebouwd. Deze ligt compleet onder de grond en doet dienst als parkeerplek voor alle bezoekers en bewoners van het centrum. Bovenop de parkeergarage komt een groot nieuw park met veel groen en onder andere een skatepark. Aan de rand van dit park worden nieuwe woningen gerealiseerd. In Maastricht zijn plannen om de grond die vrijkomt bij het ondertunnelen van de A2 in te richten als een park. De twee delen van de stad die voor lange tijd door de autosnelweg van elkaar gescheiden waren, worden zo herenigd met een prachtig groen lint, dat voor iedereen bereikbaar is.
Een paar prachtige manieren om de mens dichter bij het groen te brengen begint op de tafel van de architect. Zo is er de mogelijkheid om (half)ondergronds te bouwen. Woningen die half onder de grond liggen zijn vaak veel beter bewoonbaar dan over het algemeen wordt gedacht. De aarde zorgt voor een goede isolatie en is ook een goedkoop bouwmateriaal. Door het dak te beplanten met groen ligt een dergelijk bouwwerk niks in de weg. Zo heb je niet alleen veel groen in de wijk, maar kan je van de andere kant ook makkelijker woningen in het groen kwijt. Een rustige wijk in een natuurgebied is zo in feite makkelijker te veroorloven.
Niet alleen op dit soort ondergrondse bouwwerken kan een park worden aangelegd. Ook de bovengrondse bebouwing kan voorzien worden van groen, op het dak. In de meest simpele vorm (het extensieve groene dak, niet te betreden door mensen) wordt er groen geplaatst om zo de lucht te zuiveren, water op te vangen en de hitte die conventionele daken veroorzaken tegen te gaan. In onder andere Mexico-stad zijn er plannen om overheidsgebouwen bekleden om leven in de stad een stuk aangenamer te maken. De duurdere variant (het intensieve groene dak) kan als volwaardig park worden ingericht. Dit is weliswaar een prachtige inrichting van het dak – naast de dure aanleg is ook het onderhoud hiervan duur en is niet elk gebouw sterk genoeg om het te kunnen dragen.
Waar de mogelijkheden om groen aan te leggen in de buurt te beperkt zijn moet gezocht worden naar andere oplossingen. Door bebouwing een open karakter te geven – bijvoorbeeld doormiddel van het plaatsen van grote ruiten, waarmee de bewoner uitzicht heeft op groen – kan de bewoner het gevoel worden gegeven met het groen te leven. Een meer extreme variant die toepasbaar is bij grote gebouwen, is groen aanleggen Ãn het gebouw. In bijvoorbeeld een ontwerp van de Amerikaanse architect William McDonough is een park verwerkt in een drie verdiepingen hoog atrium. Dit zuivert de lucht, heeft een mooie uitstraling en is een heerlijke plek om even naar toe gaan om tot rust te komen en te pauzeren.
Met een paar goede stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten in dienst kan elke stad (weer) een prachtige groene allure krijgen. Er zijn genoeg relatief simpele oplossingen die uiteindelijk zorgen voor een veel beter leefbare stad. Oplossingen die zelfs geld op kunnen leveren, aangezien de stad meer aanzien krijgt en prijzen van onroerend goed zullen stijgen. Vreemd genoeg zijn er nog altijd bestuurders en investeerders die dit niet inzien. Ze bouwen liever verder vol, om zo snel mogelijk het geïnvesteerde bedrag terug te verdienen aan de verkoop van de bouwwerken. De prachtige voorbeelden en het positieve effect dat ze teweeg hebben gebracht moet ook deze mensen over de streep trekken. Er moet groen komen in het hart van elke stad. Er moet groen komen in het hart van elk mens.